Home
Kennismaking
Katten
Saar
Joko
Splinter
Mauwerd
Jake en Elwood
Bowie en Floyd
Cruises
ss Rotterdam
Ook interessant
Gastenboek




Onze werkverschaffers 

naar de foto'sEen hond heeft een baas, een kat personeel. Het is, geloof ik, een uitspraak van de bioloog/ schrijver Midas Dekkers. En hij heeft gelijk. We hebben al bijna 40 jaar werkgevers in huis. Het begon in een studentenkamertje te Utrecht met de zusjes Zarah en Toestra, twee Europese korthaar huiskatten. Toestra verhuisde al snel naar een studentencomplex in Delft, Zarah bleef jarenlang mijn maatje, beter bekend als Saar. Ze kreeg een keer een nest jongen en verhuisde mee naar Ammerstol, Sliedrecht en Papendrecht en kreeg onderweg gezelschap van Joko. Na 13 jaar werd de mooie, slimme Saar, die iedereen voor zich innam die haar in het oog kreeg, van de ene op de andere dag ziek: kanker. Binnen twee dagen was ze weg.

Joko was de eerste raskat: een zwarte Pers. Maar ook een kneus. Ze was nog niet in huis in Sliedrecht - en nog maar nauwelijks geaccepteerd door Saar - of de eerste mankementen traden aan het licht. Zes weken oud was ze pas toen de niesziekte zich openbaarde. Gelukkig waren we er op tijd bij, maar ze is er nooit meer helemaal bovenop gekomen. De medicijnen veroorzaakten jarenlang een grijze streep over haar verder zwarte rug. Later kwamen er allerlei ontstekingen rond haar tepels. Toch heeft ze nog twee keer een nestje geworpen, alle afkomstig van de wilde buurtkat Kros in Sliedrecht. Tante Saar moest niets van de kleine grut hebben, dat ze nog had proberen te voorkomen door Kros weg te jagen. Maar toen ze even niet oplette, sloop Joko het huis uit voor een amoureus avontuurtje. En later in Papendrecht worstelde ze zich onder het juk van Saar uit en trok ze meer de wijde wereld in, zonder te vergeten waar ze woonde en hoorde. Ook Joko werd ten slotte nog 13 jaar, voordat alle tumoren haar de baas werden.

 Nadat Saar en Joko al enige tijd waren afgereisd naar het kattenparadijs, kregen we in Papendrecht de Siamees Splinter. Opgegroeid, opgevoed en stevig verwend bij en door mijn zus Astrid in Amsterdam, kwam hij begin jaren '90 bij ons toen Astrid ongeneeslijk ziek werd. Als er een kat is geweest die het huishouden naar zijn poot zette, dan was het Splinter wel. Elke dag moest je minstens een keer een handschoen aantrekken om met hem te ravotten. Zonder handschoen was dat vragen om bloederige ongelukken. Verder wenste meneer toch vooral lekker eten, zoals rosbief, een goed bed (overdag het liefst de hals van Antoinette, 's nachts mijn wang om zijn kop op te vlijen) en veel aandacht. Onverdeelde aandacht, want de komst van soortgenoot Mauwerd draaide uit op een ramp voor de laatste.

 Mauwerd kwam uit Etten-Leur, waar hij was opgegroeid bij mijn broer Tom. Ook hij was een Siamees, twee keer zo groot en breed als Splinter. Wij dachten dat het voor allebei wel leuk zou zijn als Splinter en Mauwerd voortaan in een huis zouden wonen, bij ons in Papendrecht. Nou, daar dacht Splinter anders over. Vanaf dag 1 oefende hij een ware terreur uit, joeg Mauwerd naar de slaapkamer en liet hem alleen maar een vrije aftocht naar buiten via het kattenluik. Vlak voor onze verhuizing van Papendrecht naar Rotterdam overleed Splinter (ook 13 jaar oud) en nam Mauwerd bezit van heel het huis. En van ons. Vier hoog in de stad was voor hem geen probleem. Via het dakraam was hij binnen de kortste keren heer en meester van het dak van ons pakhuis. Dat werd ook zijn noodlot, want waarschijnlijk heeft hij ruzie gekregen met een meeuw. Toen hij geruime tijd niet thuis was geweest, hij liep altijd in en uit,  vond ik hem ten slotte zwaargewond op straat. Van het dak gevallen. Hij had alles gebroken wat ie maar kon breken. De dierenarts kon 'm niet meer oplappen en heeft 'm laten inslapen. En weer werd een kat niet ouder dan 13 bij ons.

 Na een kort katloos tijdperk kwamen we op een beurs in Ahoy bij een fokker van Burmezen terecht. Een verwant van de Siamees, die nog niet zo was doorgefokt als de Siamees. Die laatste begon er steeds spichtiger uit te zien, terwijl de Burmees nog wat rondere vormen had. Er was een nestje op komst en toen dat eenmaal was geboren, mochten wij twee mannetjes komen uitzoeken. Nou dat deden Jake en Elwood zelf wel. Jake liep als een bink helemaal alleen naar de andere kant van de bank (de waaghals, want broertjes en zusjes bleven op een kluitje liggen), terwijl Elwood me alleen maar met grote ogen bleef aankijken. Ze heetten officieel anders, maar de avond voordat we ze gingen halen zagen we de Bluesbrothers op tv. De namen werd ons als het ware in de schoot geworpen. De bruine zou Jake heten, de grijze Elwood. En verdomd, hun karakters hebben zich in de loop der jaren aan hun namen aangepast. Jake werd de stoere, soms wat sikkeneurige dikzak, Elwood de magere atleet die alleen maar lol in zijn leven leek te hebben. Ze zijn van begin 1997 dus inmiddels al ruim de 13 gepasseerd. De Burmees is een ras dat oud kan worden, heel oud. Op 25 november 2013 overleed Jake op zijn favoriete kussen voor de brandende haard, op een maand na 17 jaar. We missen de glimmende dikzak enorm, met al zijn streken en zijn gebruiksaanwijzing. En Elwood, de kleine man in zijn grjjze pak, keek nog regelmatig om waar zijn grote broer bleef, hij riep 'm, maar kreeg helaas geen antwoord. Wij werden daarom zijn grote broer, zijn kussen, zijn speelmaat. En dat waren we graag voor hem. 19 jaar en ruim twee maanden werd de grijze volhouder, maar de laatste maanden waren zwaar. Hij was de weg kwijt, zijn krachten verdwenen, capriolen uithalen lukte niet meer, de trap op naar boven werd gevaarlijk en elke nacht riep hij keihard twee, drie keer om eten, aandacht. Alleen als hij dicht tegen ons aan kon kruipen, op ons kon liggen, had hij het naar zijn zin. Het onvermijdelijke afscheid kwam op 23 maart 2016 op zijn eigen kleed, heel rustig inslapend. De broers zijn weer samen.

We hebben het geprobeerd: een katloos bestaan. Kansloos. Dus zijn er weer twee nieuwe bewoners bijgekomen aan de Zeemansstraat: Floyd en Bowie. Wederom twee Buremezen. Een chocolat en een bruine. En die laatste, Bowie, is een spitting image van Jake. Voller en dominanter dan zijn broer. Maar die broer zou ook Elwood kunnen heten. Net zo onderzoekend, atletisch en watervlug. Een verschil: Bowie kan ook op de de balk klimmen, waar Jake dat niet kon. Floyd hupt er op alsof ie vanaf de grond op een tafel springt. Een splinternieuwe stoel (toen de katten kwamen) is de springplank en zodoende ziet die stoel er nu uit alsof ie uit de gouden eeuw stamt.

 

 

 

 

 

 

Top