Home
Kennismaking
Katten
Cruises
ss Rotterdam
De Grande Dame komt
Reis naar Nostalgia
Muiterij
Proefballonnen
Erfgoed
In Gibraltar
Met de kont naar zee
Verolme wil meedoen
Ook interessant
Gastenboek




Aankomst Rotterdam in Gibraltar maakt kerels week (2003)

Zeebonken met brok in de keel

 

"WAT IS ZE MOOI, HÈ . Zo gracieus. Elke keer als ik haar zie, word ik hierdoor overrompeld.'' De diva waarover Klaas Krijnen praat, is het stoomschip Rotterdam. Het schip waarvoor hij zich al jaren inzet als voorzitter van de Stichting Behoud Stoomschip Rotterdam. Krijnen, in het dagelijkse leven juridisch medewerker van het ministerie van Justitie, kijkt stralend naar de rede van Gibraltar, waar ' zijn' schip koers zet naar de Cammell Laird scheepswerf.

Een stukje verderop staan enkele stoere zeebonken te doen alsof de komst van het schip hen koud laat. Maar allemaal hebben ze een brok in de keel, zo zwaar dat Obelix zich eraan zou vertillen. "Het is maar een schip, hoor", zegt Teun Horde eerst nog manmoedig. 25 jaar was de Rotterdam het thuis van deze elektricien. Een periode die hij eerst afschildert als 'gewoon werk', om dat later toch iets te nuanceren. "Het was en is een mooi schip, met een goede installatie."

En hij kan het weten na 22 reizen rond de wereld, met halteplaatsen als Singapore, Hongkong, Suez en New York. Reizen die nimmer hetzelfde waren, om de vele 'repeaters' aan boord -zeg maar reisverslaafden -niet te vervelen.

"Maar ik heb het best naar mijn zin gehad, anders zou ik hier niet staan." En tussendoor toont hij nog foto's van de Rotterdam in zwaar weer en de aanvaring met een walvis in de Middellandse Zee. Die had hij toch bij zich.

EN ZO KOMEN de verhalen los. Stan Jens herinnert zich Lissabon 1973 nog levendig. De koperslager en zijn vrouw waren aan boord toen het dok waarin de Rotterdam lag, instortte. Zijn vrouw moest snel de wal op, waar de complete Indonesische bemanning in lange onderbroek in bange afwachting toekeek. Stan moest de machinekamer in om de mangaten te sluiten, anders zou het schip zinken.

Oud-hoofdwerktuigkundige Bert Boon zag in 1996 bij Bali bijna de averij herhaald die hij als jonge varensgezel meemaakte op een coaster. De waterleidingen in het turbineruim waren gesprongen.Boon liet ogenblikkelijk de hoofdafsluiters dichtdraaien, 'en daardoor kan het schip nu hier liggen en niet op de zeebodem bij Bali'.

Jan Oostrijck, voormalig tweede machinist, vond het heel moeilijk na vijftien jaar te aarden aan de wal. Toen zijn zoontje 'welterusten papa' tegen de foto op de schoorsteen zei, terwijl papa zelf voor de kachel zat, leek hem de tijd rijp voor zijn gezin te kiezen in plaats van voor de vaart. "Maar er gebeurde helemaal niets. Elke dag naar kantoor, zonder dat er iets spannends gebeurde. Dat was op zee wel anders, daar wist je van tevoren nooit hoe lang je op je benen zou staan." Daar bouwden ze zelf couveuses voor te vroeg geborenen, daar moesten ze zorgen dat alles bleef werken als de scheepsarts weer eens iemand moest opereren. Daar gebeurde pas wat! Toen hij jaren later weer wilde aanmonsteren, raadde personeelszaken hem dat sterk af. Er was inmiddels te veel veranderd aan boord en daar zou hij niet meer aan kunnen wennen. Na wat voorbeelden zag hij er maar met bloedend hart van af.

ALLEMAAL GEGREPEN DOOR  het ' Rotterdam-virus', vindt oud-hofmeester Peter van den Bemt. 43 jaar bracht hij door op zee, klom op van koksmaat tot chef huishoudelijke dienst van de Holland America Line. Tien jaar zat hij op de Rotterdam. Het schip noemt hij een hobby en een stuk van zijn leven. Vandaar dat hij nu hier is, om te helpen de Rotterdam bewoonbaar te maken voor de mensen die haar de komende maanden onderhanden nemen en al die tijd op de werf aan boord doorbrengen. Het schip is immers een hotel.

En volgend jaar krijgt dit hotel (tevens theater, casino en museum) een vaste ligplaats aan de Kop van de Kaap, in de Maashaven bij Katendrecht. Als Cammell Laird ermee klaar is, begint de Rotterdam aan haar laatste reis. Naar haar geboortestad, onder de rook van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij waar ze 13 september 1958 als lijn-en cruiseschip van de helling gleed. Nota bene een werkmaatschappij van de inmiddels ter ziele gegane RDM brengt het schip terug naar Rotterdam. De ss Rotterdam BV bleef buiten de ondergang van de werf. En de stad sprong bij om het schip met haar naam terug te halen, als monument voor de Nederlandse scheepsbouw en koopvaardij.

 

 

Top